Overslaan en naar inhoud

Meten om te verbeteren

Doelstelling voor 2030: alle directe en indirecte emissies die het gevolg zijn van onze economische activiteit in de drie emissieklassen, op een betrouwbare, methodische manier meten.

Actueel aandachtspunt/thema
  • Verankeren van een methodologie voor het inschatten van emissies in de organisatie.
  • Ontwikkelen van een kader voor het vastleggen van prioriteiten voor emissiereductie-initiatieven.
De ambitie voor 2021 omzetten in actie:
  • Integratie van milieurapportage in ons systeem van financiële rapportage.

We zijn een onderneming die gericht is op “meten om te verbeteren”, met een sterke nadruk op echte impact. Bij het bepalen van de doelstellingen voor 2030 was het voor ons belangrijk om ervoor te zorgen dat we de realiteit in onze eigen activiteiten en in onze waardeketen begrijpen, zodat we ons op de juiste gebieden kunnen focussen. Er is veel tijd besteed aan het bepalen van het best mogelijke instrument om de ontwikkeling in de komende jaren te volgen.

Sinds 2010 rapporteren we over onze Scope 1- en Scope 2-emissies alsook over onze Scope 3-emissies in verband met logistiek en reizen (zie kader). Onze rapportage is gebaseerd op een vereenvoudigde versie van de principes die zijn uiteengezet in het Greenhouse Gas Protocol (www.ghgprotocol.org). In 2019 zijn we samen met externe adviseurs, Klimakost/Asplan Viak en Material Economics, een project gestart om de emissies te beoordelen in de rapportage over scope 1, 2 en 3. https://laerdal.com/globalassets/images--blocks/themed-images--blocks/sustainability/klimakost-report-on-laerdal-june-2020.pdf

De evaluatie van de drie scopes levert de totale CO2-equivalente (CO2e) emissies op die relevant zijn voor de verantwoordelijkheden van het bedrijf. Dit is een grote ommezwaai en komt voort uit een groeiend besef dat een groot deel van onze CO2e-uitstoot zijn oorsprong vindt in onze waardeketen, maar niettemin wordt beïnvloed door onze beslissingen. Als we die beslissingen willen veranderen, moeten we de impact ervan kennen.

We hebben tijdens ons doorlichtingsproces kennis genomen van alternatieve rapportagemethoden waarmee we onze totale CO2e-uitstoot kunnen inschatten. Door deze te combineren, krijgen we een volledig beeld van de emissies als gevolg van onze activiteiten, een berekening van de CO2e-emissies van materialen en de impact van verschillende decarbonisatie-initiatieven. In de toekomst zullen we 2019 als basisjaar gebruiken, aangezien dit het eerste jaar was waarin we de nieuwe methodologie hebben toegepast.

Methode 1: Input-outputanalyse op basis van financiële rapportage (Klimakost/Asplan Viak)

Input-outputanalyse is een methode om de onderlinge relaties tussen sectoren in de economie te bestuderen. Deze methode is uitgebreid met milieu-informatie om de directe en indirecte emissies van economische activiteit in te schatten. Door de onderling samenhangende vraag tussen de sectoren in de economie te berekenen en te traceren, is het mogelijk de uitstoot van de bestedingen in elke sector in te schatten.

Voor onze analyse werden de financiële gegevens verwerkt met het multiregionale input-outputmodel (MRIO) EXIOBASE 3 https://www.exiobase.eu/index.php/about-exiobase om de totale emissies voor het bedrijf in te schatten.

Voordelen

  • Geeft inzicht in de totale emissies van onze activiteiten.
  • Mogelijke methodologie voor verdere controle van emissies.

Nadelen

  • Geeft een goed overzicht van de totale emissies, maar geeft geen details over de afzonderlijke materialen.
  • Prijs- en valutaschommelingen kunnen invloed hebben op details en elementen in de resultaten.

Methode 2: Beoordeling van ingebedde koolstof in producten (Material Economics)

De beoordeling van ingebedde CO2ev is een top-downbeoordeling van de materialen in afgewerkte producten op basis van verkoopvolumes en een raming van de samenstelling van elk product.

De analyse is gebaseerd op de geraamde materiaalsamenstelling voor 70% van onze verkoopvolumes (in gewicht) en omvat de vier belangrijkste materiaalsoorten (kunststoffen, elektronica, staal en papier/karton). De emissiefactoren houden rekening met de ingebedde emissies van de geselecteerde materialen, d.w.z. de emissies bij de winning en productie van de grondstoffen. De emissiefactoren zijn gebaseerd op gemiddelde Europese waarden, vb. voor kunststoffen in het algemeen.

Voordelen

  • Maakt het mogelijk de hefbomen te berekenen om de CO2e-voetafdruk van materialen te verminderen, zodat op hoog niveau inzicht wordt verkregen in de wijze waarop de emissies van materialen kunnen worden verminderd.

Nadelen

  • Gebaseerd op Europese gegevens, terwijl we als bedrijf wereldwijd actief zijn.

We zijn van mening dat het een voordeel is de twee methoden te combineren en de resultaten vervolgens met onze externe partners te vergelijken.

Voor veel emissiecategorieën zijn de oplossingen om de emissies te verminderen vaak betrekkelijk eenvoudig, vb. op productielocaties overschakelen op elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. In dat verband geeft een raming van de totale CO2e-voetafdruk op basis van de input-outputanalyse voldoende informatie om weloverwogen beslissingen te nemen. Met dit soort methodologie is het ook mogelijk de emissies van jaar tot jaar te controleren en te vergelijken.

Voor emissies als gevolg van het materiaalgebruik door een bedrijf is de beoordeling gewoonlijk veel complexer: de CO2e-voetafdruk hangt af van de materiaalsamenstelling van de producten en het aandeel van gerecycleerde versus nieuwe materialen. De mogelijkheden om de emissies te vermindren zijn meestal ook groter, gaande van een grotere circulatie van producten, het intern en extern recycleren van materialen, tot het overschakelen op hernieuwbare energie in de bevoorradingsketen.

Meer uit het Sustainability Report:

Helping save lives

We streven ernaar ons doel te bereiken: 1 miljoen meer levens helpen redden, en wel op een duurzame manier.

 Een visie met actie 

Op basis van de missie en visie van ons bedrijf hebben we ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 geformuleerd, met duidelijke acties om jaar na jaar de verwezenlijking ervan te garanderen. 

 Koolstofneutraal

Tegen 2030 de koolstofemissies met 70% verminderen. Op het vlak van: infrastructuur, transport en reizen, en de bevoorradingsketen. 
Alle resterende emissies compenseren.

 Circulaire oplossingen

"Reduce, Reuse, Recycle" of in het Nederlands: verminderen, hergebruiken, recycleren. 
Duurzaamheid integreren in nieuwe producten, oplossingen en verkoopmodellen. We streven naar het gebruik van circulaire materialen in de hele waardeketen. 

 Maatschappelijke verantwoordelijkheid

De UNGP- en OESO-richtsnoeren implementeren in onze bevoorradingsketen en laten doorstromen naar het volgende niveau vanaf de grootste leveranciers.